Ik weet het nog als alsof we er gisteren stonden. Het was 1 februari 2019 en we kregen de sleutels van onze volkstuin. Een uitdaging wachtte ons! Er lag 205 m2 vol dorre, dode en kale grond. Het jaargetijde was daar debet aan, maar het was duidelijk dat dit stukje Aarde niet de zorg had gekregen die het verdiende. Daar zouden wij verandering aan brengen. Ons doel was een harmonische, biodiverse, ecologische tuin. Inclusief de ‘onkruiden’ waar wij zo van houden.
We ‘lieten’ het stukje eerst even. Kijken wat er zou omhoog zou komen en determineren wat er al stond. Toen de lente zich aandiende begonnen andere tuinders driftig het ‘onkruid’ weg te halen. Vragende ogen keken ons tegemoet. En af en toe een boze reactie. “Die sporen niet helemaal met dat onkruid van ze. Wat? Éten ze dat zevenblad ook?” We investeerden ook in meerjarige soorten, meerjarige groenten en langzaam aan werd het ons paradijsje.
Ontmoetingen met mede-tuinders werden gezellige momenten, maar ook mogelijkheden om te vertellen over onze vorm van tuinieren en hoe waardevol ‘onkruid’ is. Ik liet ze proeven van de planten, van mijn brouwsels en deelde ook hun medicinale waarde. Menig likeur of siroop werd vreugdevol omarmd. “En allemaal uit eigen tuin?” “Absoluut.”, was steevast mijn antwoord. Inmiddels word ik er af en toe bijgeroepen, als er weer een onkruid welig tiert in een tuin. “Kun jij er iets mee?” Zo maakte ik pas geleden viooltjessiroop van de bloemetjes van de buren. En uiteraard mochten ook zij weer proeven.
De mooiste opmerking kwam van een buurman verderop. We hadden een gezamenlijk theemomentje. En hij zei: “Olga, jij vertelde pas geleden dat je nog geen onkruid in je tuin ontdekt had dat niet medicinaal is. Nu kijk ik in mijn eigen tuin en zie ik al dat onkruid en dan denk ik: “Wat zijn we toch omringd door rijkdom.”





